Professor Voeding en Gezondheid

Als professor aan de Vrije Universiteit en als directeur van wetenschappelijk onderzoeksbureau Sarphati Amsterdam, maakt Jaap Seidell zich al sinds jaar en dag sterk voor gezonde voeding. “Ik sta vierkant achter FDBCK omdat deze organisatie zich inzet voor kwetsbare groepen in jonge levensfasen. Twee essentiële aspecten binnen mijn vakgebied.”

Waarom is het zo belangrijk dat kinderen voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen?
“Tekorten aan gezonde voedingsstoffen kunnen leiden tot verminderde prestaties op heel veel vlakken. Op fysiek gebied, door kans op overgewicht, diabetes en gewrichtsklachten bijvoorbeeld. Maar ook op psychisch en sociaal vlak, of door verminderde leerprestaties. We weten uit onderzoek dat kinderen die te weinig voedingsstoffen binnenkrijgen, het op al die vlakken minder goed doen. Er is dus veel aan gelegen om kinderen al zo jong mogelijk te voorzien van gezonde voeding.”

“Tekorten aan gezonde voedingsstoffen kunnen
bij kinderen leiden tot verminderde prestaties
op heel veel vlakken”

Hoe verhoudt zich dit tot armoede?
“Armoede komt nooit alleen. Armoede gaat bijvoorbeeld vaak samen met gebrek aan kennis over gezonde voeding. Mensen zijn aan het overleven en verdiepen zich niet in de lange termijn gevolgen van ongezonde voeding. Ondertussen is het aanbod van goedkope en ongezonde voeding overweldigend. Dit alles leidt tot nog meer ongelijkheid. Mensen die in moeilijke omstandigheden leven, krijgen bijvoorbeeld gemiddeld twintig jaar eerder chronische ziekten dan mensen in welvaartsgebieden.”

Hoe kan deze cirkel doorbroken worden?
“De verantwoordelijkheid hiervoor kun je niet alleen bij mensen zelf leggen. Ook de overheid en de horeca moeten in beweging komen. Bijvoorbeeld door het aanbod op plekken waar veel jongeren komen te regulieren en gezonde maaltijden aan te bieden op scholen. Bovendien zou kindermarketing verboden moeten worden. Het is te gek dat kinderen al vanaf piepjonge leeftijd verleid worden tot het maken van allerlei ongezonde keuzes. Tegelijkertijd zal meer educatie over voeding gegeven moeten worden. Supermarktsafari’s, schooltuinen, kooklessen…er is veel mogelijk.  Zo kunnen kinderen zich al op jonge leeftijd bewust worden van de verschillen tussen ‘vullen en voeden’.”